blog
blog
Toespraak van Co van Gasteren tijdens de opening van Real-Time Coltd in de Art Room, Den Helder, 27 mei 2011
Hoe zijn we hier nu weer als virtueel gezelschap verzeild geraakt? In deze weggewaaide marine-stad. Zo maar bij elkaar, niks virtueels. Pats boem: mooi, op deze Oude Rijkswerf`, waar toen gehamerd, geklopt, gewalst en geklonken werd dat het een lieve lust was. En nu: kunst: wel kunst.. groen.. geen kunst…rood… Voorlopig staat het stoplicht oranje te knipperen en op dit kruispunt wachten we welke kant de politiek opgaat. Maar de keuze om van kaasschaaf.. ‘’wilt u een plakje proeven?’’...over te stappen op de motorzaag..’’maakt u het wel mooi, gelijk met de grond?’’… doet vrezen dat er binnenkort geen kleur meer valt te bekennen. Maar wij, kunstenaars, gaan stug door, bijten ons vast in ons werk met een hardnekkigheid, die door velen voor gek wordt versleten, maar waar we ons niks van aantrekken, we zijn tenslotte het stadium van jong en veelbelovend al lang gepasseerd en varen al lang op eigen kracht gestaag tegen de stroom in. Is dat misschien de reden dat er maar één telefoontje voor nodig was om deze 10 kunstenaars meteen te voorschijn te laten komen?, vanuit het atelier, van Sicilië, van een begrafenis of God weet waar ze zich allemaal ophielden. Natuurlijk doen we mee! Op naar Den Helder: we gaan voor de Real time!
Nu is het dan zover: we stappen deze hal binnen en daar staan ze al in de verte. Wat schuchter in hun te grote colberts, hun lichaam nog broodmager, want het succes nog pril, door een manager van de plantage geplukt en van een pak voorzien om op te treden in een danszaal, raak getroffen met karton en papier, met de hand ingekleurd op de klanken van hun jazz. Yes! Peter Bes, regisseur van het Noorden, gek op maatpakken, uniformen, hoeden en de lichtval in een verlaten straat op een eenzaam geparkeerde auto. De blues!
Nog na swingend, kijken we om en staan voor een zwijgende muur van monden. De andere kant van
een Klaagmuur? Opgebouwd uit schilderijtjes als bouwstenen van verdriet? Maar nee, ze zijn gesloten: over deze lippen komt geen klacht. Er is stilte, hier wordt gesproken, noch gezongen. (en
ook niet gegeten trouwens ,wat in dat geval weer zou kunnen wijzen op de achterkant van een automatiek ). Nee, het zijn indringende portretten waarbij het opvalt dat een mond ,ook als hij niet spreekt, heel veelzeggend kan zijn. Beth Namenwirth maakte deze. Ook van haar zijn die vrouwen in knarsende landschappen, omgeven door soms alledaagse, soms wonderlijke voorwerpen. Een opwindende mix van popart met naïeve schilderkunst. Raffinement…
Hierdoor een beetje op het verkeerde been gezet stuiten we stuntelend op klungelige knutselwerkjes van stukjes hout en schilderijen met dramatische dagboekflarden en hartenkreten. Wat is hier gaande? Anita Mandemaker was hier. Een plankje aan de muur wordt een pier. Flarden van een liefdesliedje vormen een fragiel hekwerkje van tegenlicht waarachter minuscule figuurtjes de maat aangeven van een compact drama tegen de achtergrond van de eindeloze ruimte van licht, lucht en
zee. O zo onschuldig en schijnbaar onhandig zet zij kwetsbare situaties neer, waar we om kunnen glimlachen, maar die ons ook bij de keel grijpen.
Enigszins onzeker lopen we verder tot we letterlijk tegen heftige, stroeve schilderijen botsen, die ons wat ongemakkelijk, maar heel direct, aanspreken in een alledaagse taal. We kunnen er niet omheen, worden er naar toe getrokken, onze mening wordt gevraagd: ja of nee, weet niet, kan niet. Twee wandelaars verdwijnen eendrachtig in een verte van knallend rood om opgeslorpt te worden in de verf. Man en vrouw als blauwe restvorm, een geknakte regenbui, een traploper en kikkers in een
plas, tekeningen en schilderijen van Aad Berlijn. We willen ook iets zeggen, maar zijn overdonderd door de stelligheid. Pas als we nog eens durven kijken, beseffen we dat de strenge eenvoud van
handeling ons beetneemt en dat we wel degelijk uitgenodigd worden om kennis te maken met de gelaagdheid van een strak gereguleerd spel van ruimte, structuur en beweging.
Een beetje rood aangelopen krijgen we dan ineens de wind van voren. Een flinke stoot zuurstof ontneemt ons bijna de adem. We worden overmand door kracht en helderheid, strakblauwe luchten, vlaggenmasten, appartementsgebouwen, luchtkokers en pijpen, een zeelucht komt ons tegemoet, je krijgt trek in een haring.. Marinus Fuit staat daar, de Samurai, gewapend met een bakje waterverf en penseel, in opperste concentratie tegenover een vel opgespannen aquarelpapier van 1,80 x 1,20 m. Strak en wit. De eerste streek… adembenemend.
Duizelig van de frisse lucht, die ons in hogere sferen heeft gebracht, stuiten we op een ander fenomeen. En dan hebben we het over die politoerende schrijnwerker, die construerende zwaluwstaart verbindende, lijmende, schurende en schavende beeldbouwer, met zijn dramatische kippen en andere vogeldieren of voor mijn part machines of werktuigen zonder doel. Evert Koopman dus, die met hout, ijzer en gevonden voorwerpen de weerbarstige schepper is van compacte verontrusting en strakke, perfect uitgevoerde, driedimensionale composities.
Nu worden we zachtjes op de schouder getikt. Bescheidenheid vraagt onze aandacht. Stille werken met een ingetogen ritme in de geest van het getal. De mathematica van formaat, maat, kleur en vorm. De logica van het schone, waarbij de som meer is dan het veelvoud van het geheel of hoe zat dat ook al weer....Hoe dan ook: onmiskenbaar Gestalt. ..Het Zijn. De wereld van Gerard van der Horst, die ons een universum voorrekent van eeuwige schoonheid, waar we de virtuele pet voor altijd voor af zouden willen nemen.
Nog napeinzend worden we in gedachten verzonken opgeschrikt wanneer we oog in oog komen te staan met ruwe, donkere, beestachtige vormen, met priemende oogjes en gapende muilen, een prehistorische angstaanjagende machtmerrie, waarschijnlijk gebakken van klei afkomstig uit Jurassic Park, waaruit elk spoortje van DNA gelukkig is weg gestookt. Maar kijk, er zijn ook compacte, gereduceerde vormen van vogels en dieren teruggebracht tot hun essentie, bevangen door abstractie. Het zijn de beelden en tekeningen van Irene Grijzenhout. De relatie tussen mens en dier blijft een wonderlijk fenomeen: het ene dier eten we op en het andere knuffelen we de hele dag. Hier wil Irene niets van weten: haar dierlijke dieren zijn haar oprecht dierbaar.
Dan tot slot de man van het monumentale werk op de vierkante millimeter. De Bonsai schilder die groot dacht en het minutieus uitvoerde, de meester van het detail… Mijn overleden vriend Bob Nieuwenhuysen, als eerbetoon in dit gezelschap opgenomen. Fier neemt hij stelling met zijn uitgekiende, dwarse composities.
Welnu , daar staan we dan, volledig uitgeput, geschokt, ontroerd, geschrokken, overdonderd, aangeslagen en verward. We hebben alles gezien en ik krijg plotseling enorme zin in een pilsje. Dus hierbij verklaar ik maar gauw de tentoonstelling voor geopend.
zaterdag 28 mei 2011